De verkiezingen waren voorbij en daar
stonden we: de grootste partijen van het land, veroordeeld tot elkaar
om een regering te vormen.
Veroordeeld, OK. Maar we hadden twintig
jaar geleden met hetzelfde bijltje gehakt en ondanks kritiek over de
zogenaamde puinhopen had zij een goed gevoel, als zij terugdacht aan
deze kabinetten.
Dit keer moest het ook gewoon kunnen.
De andere partij stond niet als superprincipieel bekend.
